Eenzaamheid en pindakaas

Terug naar alle verhalen

Door Wiegertje Postma

3 juni 2009


 
spunk_logo.jpg
Samen met het Rode Kruis brengt Spunk een serie verhalen met eenzaamheid als rode draad. Zie ook www.spunk.nl. Spunk auteurs geven hun literaire blik op jong en alleen zijn. Wiegertje Postma bijt het spits af met 'Eenzaamheid en Pindakaas'.


Die met de paarse deksel is extra smeuïg. Ze weet dat, want dat staat op het label. ‘Nu! Extra Smeuïg!’, schreeuwt het in weinig subtiele letters. Ze reikt naar de glanzende pot, die bovenop een andere staat, en luistert naar het geluid van haar nagel, schrapend langs de ribbeltjes van de deksel. Ze heeft niet zo vaak een nieuwe pot pindakaas nodig, want haar pindakaas gaat lang mee. Een vrouw alleen raakt niet zo snel door haar pindakaas heen. Eigenlijk koopt ze altijd de grote, gewone. Geen extra’s. Misschien zou ze wat meer risico’s kunnen nemen met haar pindakaas als ze zou overstappen op kleinere potjes. Dan zou ze de smeuïge kunnen kopen, of die met stukjes noot, en als die dan niet bevalt is het ook zo weer op. Hoewel, dat weet je natuurlijk niet. Hoelang zo’n kleintje mee gaat. Ze kan zich niet meer herinneren hoelang het geleden is dat ze haar vorige pot gekocht heeft. De helft van die tijd, zal zo’n kleiner potje mee gaan. Ook nog best lang. Dan zit je weer met een potje ongewenste pindakaas opgescheept, die nooit op gaat. Ze zucht en schuift het potje met de paarse deksel rechter op die daar onder.
Een meneer achter haar vraagt aan de jongen van het brood of ze ook pannenkoekenmeel hebben. De jongen zegt dat het pannenkoekenmeel bij de bakwaren staat. Ze heeft geen zin om om te kijken, maar aan zijn overslaande stem hoort ze dat het de kleine jongen met de stekeltjes en de bolle wangen is. Hij werkt hier nog niet zo lang. De meneer weet niet waar de bakwaren staan. ‘Daaro, in het schap links van de koelbak met Franse kazen’, zegt de jongen. Hij heeft gelijk. Kaas, misschien moet ze gewoon kaas nemen. Of Filet Américain. Nee, geen rauw vlees. Dat is al bedorven voor je eraan begint.

Een arm, rijkelijk behangen met rinkelende armbanden, schuift langs haar en grijpt naar een grote pot met een geel deksel. Nootjes.
‘Oh, pardon.’
De vrouw kijkt haar niet aan, maar legt de pot in haar haast overlopende karretje en reikt naar nog een pot. Die rolt bijna uit de kar, maar ze kan hem nog net tussen een familiezak appels - zoveel appels in één zakje - en twee pakken Taxi stabiliseren. Dan gooit ze haar aanstellerig gekleurde pashmina weer terug om haar schouders, en duwt haar kar richting het brood. Ze kijkt de vrouw en haar kar na. Grote dozen wasmiddel staren door de tralies van het winkelwagentje terug. De dame grijpt naar twee broden en vist een zak kadetjes uit een mand, om vervolgens voorbij de diepvriesafdeling richting de koekjes te navigeren. Het vasthouden van haar mandje begint een beetje pijn te doen, hem op de grond zetten is de enige oplossing. De komkommer die er al in zat rolt naar de andere kant, tegen het bakje gehakt aan.


Sandwich spread? Ze controleert de ingrediënten. Nee, gets. Selderij. Ze heeft nog nooit sandwich spread gegeten, maar vermoedt dat het smaakt naar een uitgekotste groenteschotel. Zoiets wil je niet op je brood. Jam, hagelslag, chocoladepasta, kokosbrood. Het is het allemaal net niet. Jam raakt nooit op, is haar ervaring, en ze heeft geen zin om tot in de oneindigheid gesuikerde aardbeienprut te moeten eten. Hagelslag is onpractisch, chocoladepasta is voor kleine kinderen die in het midden van hun boterham happen en de rest van de dag met een chocokrans op hun wangen rondlopen. Kokosbrood is misschien leuk voor een keertje, maar niet het kopen van een heel pakje waard. Nee, het wordt maar weer pindakaas. Ze wil hier niet nog langer over nadenken, want ze moet ook nog melk hebben. De volgende keer kan ze wel weer variëren. Ze pakt haar mandje op van de grond. De grote pot met de bruine deksel.


‘Niet makkelijk, hè?’
Ze schrikt op uit een overpeinzing over hoeveel melk ze moet kopen. Ze drinkt niet veel melk, want sap, thee, zwarte koffie en water zijn genoeg. Maar ze wil chocolademelk maken, daar is het nu het weer voor. Morgen misschien niet meer, en dan zit ze met een pak melk, dat snel verklontert. Het kiezen van een klein pakje zou een logisch gevolg zijn, maar de kleine pakjes zijn duurder dan de literpakken. Hoewel ze die paar cent best kan missen, voelt het verkeerd om meer geld aan minder melk uit te geven. Een literpak, dus. Maar het onvermijdelijke gevolg zal zijn dat ze minstens de helft van het pak zal moeten weggooien, en dat is zonde. Meer melk drinken? Iets koken dat veel melk nodig heeft? Gerechten die melk nodig hebben, zijn vaak te veel voor haar alleen. Geen chocolademelk, dan maar?
De jongen kijkt haar triomfantelijk aan, en schudt dan bedenkelijk zijn hoofd. Hij is mooi: dat vreemde huidprobleem in zijn gezicht zou vast verholpen kunnen worden, en zijn bril zou hij best af kunnen zetten.

‘Melk raakt zo snel zuur.’
Hij heeft gelijk, hij heeft zo ontzettend gelijk. Ze voelt zich alsof ze de olifant die ze de hele weg door de supermarkt op haar rug rond heeft moeten torsen eindelijk van zich af heeft kunnen schudden. Deze jongen begrijpt het. Eindelijk iemand die begrijpt wat een verzoeking het is om in je eentje  te eten. Iemand die begrijpt wat een worsteling het is om boodschappen te doen, voor jezelf. Iemand die ze als klankbord kan gebruiken, iemand die haar misschien zelfs wel kan helpen haar melk op te krijgen, die haar vertelt welke pindakaas ze moet kopen, omdat hij een specifieke voorkeur heeft voor de smeuïge light-variant. Iemand die haar kan helpen kiezen, omdat het dan ineens iets uitmaakt, allemaal. Net als ze haar melkprobleem voor hem uiteen wil zetten, grijpt hij naar een bakje straciatellayoghurt. Hij zwaait er even mee.
‘Altijd een aanrader’, zegt hij, ‘fijne avond.’
Hij loopt weg, naar de kassa. Ze kijkt hem na. Zijn vriendin heeft vast al boodschappen voor hem gedaan, die middag. Zijn lievelingspastasaus uitgezocht, en courgettes, omdat hij daarvan houdt. Hij hoeft dat niet tegen zijn vriendin te zeggen, zij begrijpt hem zonder dat hij over courgettes hoeft te beginnen. Kip erbij, precies genoeg voor twee. Maar ze was wel vergeten een toetje mee te nemen, zijn vriendin. Hij houdt het meest van tiramisu uit van die kleine bakjes, maar hij weet dat zij het liefste straciatellayoghurt eet. Dan schept ze wat op haar lepel, sluit haar ogen, en stopt de lepel omgedraaid in haar mond, want dan raakt de yoghurt direct haar tong. Zijn vriendin houdt dan haar ogen dicht, en maakt van die schattige genietgeluidjes. Dat vindt hij leuk om te zien. Bovendien mag hij dan ‘s nachts in bed alles met haar doen wat hij maar wil, omdat hij zo attent is geweest om straciatellayoghurt voor haar mee te nemen.

 

Ze heeft ineens geen trek meer in chocolademelk. Chocolademelk is iets wat je samen moet drinken, na een fikse romantische winterwandeling. Ze inspecteert de inhoud van haar mandje. Pindakaas, komkommer en gehakt. Niet erg fantastievol, maar haar fantasie is even op. Snoepjes? Nee, die kauwt ze in één avond weg, en ze kampt al met wat pijn in een kies. Naar de kassa, dan maar. Er is er nog maar eentje open, het is al laat. Ze sluit aan achter een meisje met glinsterende oorbellen en zacht blond haar in een nonchalant knotje bovenop haar hoofd. De heup van het meisje trilt, ze haalt haar telefoon uit de zak van haar trainingsbroek.
‘Hé boef, hoe is ‘t nou?’ zegt ze, terwijl ze een fles zoete witte wijn, een zakje aardappelschijfjes, een zakje geschaafde kaas en wat groenten op de band legt.
‘Ja, ik ben zo thuis, even boodschappen doen. Oh, nu al? Ja joh, bel maar aan. Soof doet wel voor je open.’ Het meisje klemt haar telefoon tussen haar oor en haar schouder, en zet haar mandje op de stapel zonder te zien dat er nog een bakje crème fraiche in ligt.
‘Nou, ik sta al bij zo’n kassamiep. Let niet op de zooi, trouwens.’ Ze lacht. ‘Geen tijd gehad om op te ruimen, kom net uit een commissievergaderingetje. Hé, ik zie je zo. Hoi!’ Het meisje rekent af, stopt haar spullen in een tas.
‘Mevrouw?’ Het kassameisje kijkt haar verveeld aan. Ze moet haar boodschappen nog op de band leggen. Pindakaas, komkommer, gehakt. Het kassameisje heeft ze al over de scanner gehaald voordat ze haar mandje kan wegzetten. Voorzichtig pakt ze de crème fraiche, en klemt haar mandje in die van het meisje.
‘Bonuskaart?’ Het kassameisje staart voor zich uit.
Ze knikt en reikt met haar vrije hand naar haar portemonnee. Ze schuift het bakje rond in haar vingers, knijpt er zachtjes in. Binnenin voelt ze de crème fraiche verzet bieden. Ze legt haar portemonnee op de counter, en fermer dan de bedoeling was drukt ze het bakje in de slappe handen van de cassière.
'En deze nog, graag.'
Het kassameisje haalt het zuchtend langs de scanner.
‘Pinnen?’

Wiegertje Postma (1987) schreef van 2003 tot 2006 columns voor Spunk. Ze debuteerde in 2006 met de streekbusroman Vijf strippen, die genomineerd werd voor de Academica Debuntantenprijs. Haar columns voor Spunk verschenen in het NRC Handelblad. Ook publiceerde ze onder andere in nrc.next, Passionate Magazine en DIF, en was ze dit jaar juryvoorzitter voor landelijke schrijfwedstrijd Write Now!.